Bij een achterbanraadpleging vraag je je achterban – de mensen die je vertegenwoordigt – wat hun ervaringen, wensen, ideeën en behoeften zijn. Dat helpt je om als organisatie te doen wat jouw achterban nodig heeft. Als patiënten- of cliëntenorganisatie is het de basis voor je belangenbehartiging, lotgenotencontact en informatievoorziening.
Van start met achterbanraadpleging
Bij een achterbanraadpleging vraag je je achterban – de mensen die je vertegenwoordigt – wat hun ervaringen, wensen, ideeën en behoeften zijn. Dat helpt je om als organisatie te doen wat jouw achterban nodig heeft. Hoe pak je dat aan?
Onze beslisboom ‘Methodes achterbanraadpleging’ is mogelijk een handig startpunt. Aan de hand van de volgende vragen kom je bij de geadviseerde methode.
Wil je veel mensen bevragen?
Wil je snel resultaat?
Wil je interactie kunnen hebben met je doelgroep?
Wil je kunnen doorvragen op de gegeven antwoorden?
We zetten de vier belangrijkste methoden op een rij, en een paar tips voor handige tools.
Veel patiënten- en cliëntenorganisaties hebben een online panel dat ze regelmatig bevragen. Dat gaat meestal met een enquête, maar je kunt hen ook uitnodigen voor bijvoorbeeld een interview. Met de enquêtetool kun je ook een panel beheren. Een panel is een vorm van continu-onderzoek. Bij actuele thema’s kun je het panel ook snel om hun mening vragen. Die inzichten zijn van groot belang voor bijvoorbeeld een lobbytraject.
De cijfers zijn belangrijk, maar ze zeggen niet alles. Waarom heeft de achterban die mening? Wat bedoelen ze precies? Dat lees je niet af uit enquêtecijfers, hoe veelzeggend die gegevens ook zijn. De argumenten, de verhalen krijg je met andere methodes boven tafel. Kwantitatief onderzoek met een vragenlijst levert veel cijfermatige informatie op. De waaromvraag achterhaal je met kwalitatief onderzoek, bijvoorbeeld met een focusgroep.
Een focusgroep is een discussiegroep met een gespreksleider. Zo’n 8 tot 12 deelnemers gaan met elkaar in gesprek. Ze delen ervaringen of maken hun wensen voor verbetering kenbaar. Onderlinge discussie staat in de focusgroep centraal. Doordat deelnemers op elkaar reageren, ontstaan ook weer nieuwe inzichten in het onderwerp. Het is daarom een welkome aanvulling op de enquêtemethode.
Bij een focusgroep is de rol van de gespreksleider cruciaal. De gespreksleider houdt het overzicht en zorgt dat alle onderwerpen aan bod komen. Een vooraf opgestelde gesprekshandleiding helpt hierbij. Ook is het belangrijk dat de gespreksleider iets weet van groepsprocessen. Hoe stel je de juiste vragen? Hoe rem je mensen met het hoogste woord en stimuleer je de minder makkelijke praters?
Wie weten wil wat er bij de achterban leeft, grijpt al snel naar een enquête. Je stelt vragen met meerkeuze-antwoorden. Of je legt stellingen voor waarbij mensen kunnen aanvinken waar ze het mee eens zijn. Zo krijg je een beeld van wat jouw achterban belangrijk vindt. Op deze manier ondervraag je eenvoudig een grote groep mensen. Wat je terugkrijgt, zijn harde cijfers en percentages. Dit is een vorm van kwantitatief onderzoek. Voeg je enkele open vragen toe, dan kunnen deelnemers hun antwoorden toelichten.
INVOLV stelt samen met Patiëntenfederatie Nederland een enquêtetool ter beschikking. Deze heet ‘Spidox’. Patiëntenorganisaties die landelijk werken kunnen hier kosteloos gebruik van maken. Lees meer via de link hieronder.
Een online dialoog is een combinatie van kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Het kan met de online dialoogtool. Met de tool kun je een online dialoog voeren met tien tot tienduizenden mensen tegelijk. De tool combineert de rijke kwalitatieve informatie met kwantitatieve analyse.
Zo kun je online bij veel mensen uit je achterban kwalitatieve informatie ophalen en verwerken. Dat was voorheen meestal alleen haalbaar met bijvoorbeeld focusgroepen. Lees hieronder meer over de tool die je hierbij kunt gebruiken.
De organisatiescan is een online tool voor patiënten- en cliëntenorganisaties, waarmee zij snel kunnen onderzoeken: hoe vitaal is mijn organisatie vandaag?